Vorige week kreeg ik de vraag vanaf welke leeftijd je kleine kinderen kunt straffen. Ik was vooral verbaasd over deze vraag; mijn kinderen zijn 2 jaar en ik straf hen eigenlijk nooit.

Stap 1: geef een grens aan

Volgens mij is één van de belangrijkste dingen van opvoeden het aangeven van grenzen. In deze wereld mag nou eenmaal niet alles, sommige dingen zijn gewoon gevaarlijk of doen andere mensen (of dieren) pijn. De straat oversteken zonder uit te kijken, je zusje slaan, dingen uit een winkel meenemen zonder te betalen: geen goed plan. Kinderen moeten leren dat er grenzen zijn en waar die grenzen liggen. Het is onze taak als ouders om hen deze grenzen uit te leggen. En dan bedoel ik niet één keer, maar keer op keer op keer op keer.

Stap 2: haal je kind uit de situatie

Als een kind net op de tafel geklommen is, is dat niet de juiste plek om met je kind in gesprek te gaan. Haal je kind van tafel, haal je kind weg van de gevaarlijke situatie of uit de ruzie met zijn broertje. Pas dan kun je contact maken met je kind, de volgende stap.

Stap 3: maak contact met je kind

Ik voed mijn kinderen op vanuit contact. Dit betekent bijvoorbeeld dat ik altijd probeer uit te gaan van de goede intentie van hun gedrag. Als mijn dochter haar zusje slaat, is er eigenlijk altijd iets voorgevallen. Het lukt haar niet dit met woorden op te lossen, dus gaat ze slaan. Door dit te zien, maak ik al contact met haar, ik verplaats me in haar. Ik ga op mijn hurken, zodat ik haar aan kan kijken, en zeg dat ze niet mag slaan. Het aangeven van deze grens vind ik ontzettend belangrijk! Omdat ik op ooghoogte met haar ben, is het voor haar duidelijk dat ik contact met haar wil.

Stap 4: benoem het gevoel van je kind

Meteen daarna leg ik uit dat ze waarschijnlijk boos is omdat haar zusje iets van haar heeft afgepakt. Voor kleine kinderen is het van groot belang dat wij volwassenen benoemen wat zij voelen. Dit kunnen kinderen zelf nog niet en ze hebben ons nodig om dit te leren (het begin van ‘mentaliseren’). Je kind zal namelijk van alles voelen in zijn/haar lichaam, zoals een verhoogde hartslag, trillen, kriebels in de buik, duizeligheid, enz. Die lichamelijke sensaties zijn voor een kind nieuw, het begrijpt nog niet wat dit betekent. Benoem dus wat je denkt dat je kind voelt bij de situatie en waar het gedrag vandaan komt. ‘Ik snap dat je boos bent, want je Anna pakte jouw pop, en je wilde er zelf juist mee gaan spelen’. Belangrijk is dat dit niet betekent dat je het gedrag van je kind goedkeurt.

Stap 5: geef opties voor alternatief gedrag

Je kind is nog jong en moet nog een hoop leren. Liep je zoontje zomaar de straat over? Bespreek, als jullie weer rustig samen op de stoep staan, wat je zoontje beter had kunnen doen. Leg uit dat zomaar oversteken gevaarlijk kan zijn, omdat er auto’s aan kunnen komen. Samen met mama of papa oversteken is een betere optie. En leer je zoontje gelijk dat hij naar links en rechts moet kijken, ook al mag hij nog lang niet zelf de weg oversteken.  Als het gaat om ruzie met een ander kind, bespreek dat omstebeurt en delen ook mogelijkheden zijn.

Straffen

Dan nog even over straffen. Ik hoop mijn meisjes te leren waarom ze elkaar niet mogen slaan, waarom ze de weg niet zomaar moeten oversteken en waarom het beter is niet met een vork in je mond te lopen. Door mijn uitleg, zullen ze (steeds beter) begrijpen dat ze deze dingen niet meer moeten doen. Ze leren dus vanuit zichzelf dit gedrag niet meer te vertonen. Alleen maar straffen leert kinderen gedrag niet meer te vertonen, omdat ze anders straf krijgen. Zodra degene die straf kan geven niet meer aanwezig is, zullen ze het gedrag gewoon weer vertonen. Tot slot: volgens mij vindt geen enkele ouder het leuk om zijn kind te straffen. En wil elke ouder echt contact met zijn kind. Want we willen allemaal dat onze kinderen gelukkig worden, dat zij opgroeien tot fijne volwassenen.

 

Door Klaartje Cuppen, psycholoog,  1 juni 2018. www.bureauklaar.nl